FuG 16 radio in gebruik bij de Y-peilers en in de Nachtjagers.
Technische info: http://www.noding.com/la8ak/29b.htm

Funkmessstellungen in Nederland
Teerosen bij Terlet/Deelen in Gelderland.
Op het één na hoogste punt van de Veluwe werd de Funkmessstellung/radio(-radar)post) Teerose gebouwd. Een zeer uitgebreide stelling bestaande uit twee en later drie zelfstandige onderdelen die bloemennamen kregen als Teerose I , II en III. De nabijheid van Diogenes en vliegbasis Deelen en de bestemming als opleidingscentrum maakte dit een belangrijke locatie. Ook gelegen op de aanvliegroute van geallieerde bommenwerpers met bestemming het Ruhrgebied voorspelde veel defensieve vliegbewegingen. Opgemerkt moet worden dat de Duitsers in 1937 al onderzoek op lokatie van grasveld Deelen hebben gedaan met de bedoeling om er direct na de inval in Nederland een vliegveld te bouwen. Dit plan had reeds de instemming van Hitler's staf. Teerosen als defensief produkt is van latere orde daar men op dat tijdstip alleen in offensieve acties dacht, met name het bombarderen van Engeland.
In het onderstaande artikel over Teerose van de hand van Hans Timmerman en Ruurd Kok wordt dit duidelijk verwoord. Met dank aan hen voor de toestemming om dit te mogen weergeven.
De Teerose-stellingen op de zuidelijke Veluwezoom
Door: Hans Timmerman en Ruurd Kok
Op de zuidelijke Veluwezoom, bij Terlet, de Imbosch en het Rozendaalse Zand, zijn de overblijfselen te vinden van drie militaire complexen uit de Tweede Wereldoorlog, die destijds de namen Teerose I, II en III droegen. Deze stellingen vormden een belangrijke schakel in de Duitse luchtverdediging en waren direct verbonden met het Duitse militaire vluchtleidingscentrum Diogenes bij vliegveld Deelen.
Een groot aantal van de gebouwen van het complex Deelen hebben zeer recent een wettelijk beschermde status gekregen (op grond van de Monumentenwet 1988), maar andere resten, zoals de overblijfselen van de Teerose-stellingen, staan tot op heden slechts in beperkte mate in de belangstelling, ondanks het feit dat deze niet los kunnen worden gezien van Deelen als geheel.
Deelen
Al in juni 1940 begonnen de Duitsers met de aanleg van een militair vliegveld op het vliegveldje Kemperheide bij Schaarsbergen, dat de naam Fliegerhorst Deelen kreeg. In dezelfde maand kondigde Generalfeldmarschall der Luftwaffe Hermann Goring in Den Haag de oprichting van een Nachtjagddivision aan. Het eerste Nachtjagdgeschwader (NJG 1) werd in Nederland gestationeerd en kreeg Deelen als thuisbasis. De Nachtjagd vormde het Duitse antwoord op de Britse nachtelijke bombardementsvluchten op Duitsland. Gezien de ligging van Nederland halverwege de kortste route tussen Engeland en Duitsland, vormde ons luchtruim de wieg van het nachtjachtwapen en werd een van de eerste zenuwcentra voor de Nachtjagd in Nederland gevestigd. In het eerste oorlogsjaar richtte de bombardementen van de Royal Air Force zich vooral op de Duitse oorlogsindustrie en infrastructuur, maar ook op militaire doelen. Door zware verliezen en tegenvallende resultaten van nachtelijke precisieaanvallen, besloot de RAF in februari 1941 tot een radicale wijziging van de strategie: voortaan werden stadscentra tot doel gekozen. Dit zogenaamde area bombing zou door Bomber Command tot een allesverwoestende perfectie worden ontwikkeld. Bedoeling was de Duitse moraal te breken door zoveel mogelijk burgerslachtoffers te maken. Om deze aanvallen te ondersteunen en de Duitse luchtmacht te storen werden tijdens deze aanvallen allerlei andere doelen, zoals vliegvelden, aangevallen.
De opbouw van Fliegerhorst Deelen werd voortvarend aangepakt. De eerste twee betonnen startbanen waren eind 1940 gereed, de derde volgde in februari 1941. In de winter van 1940/1941 werden rond het vliegveld luchtafweerstellingen gebouwd voor de verdediging tegen luchtaanvallen. Hoofdkwartier van het NJG 1 werd begin 1941 gevestigd in het kazernecomplex Klein Heidelager. In de zomer van dat jaar werd op het terrein van het Divisionsdorf aan de Koningsweg in Schaarsbergen begonnen met de bouw van een Gefechtsstand voor de Nachtjagddivision. In dit commandocentrum werden tactieken en procedures voor de centrale bevelvoering van de divisie getest. Het centrum diende een jaar later als voorbeeld voor de vlakbij gesitueerde bunker Diogenes aan de Koningsweg, die in 1943 gereed kwam. Diogenes fungeerde als verbindingscentrum tussen alle Duitse vliegvelden en grondstations zoals de radar- en Jaegerleitstellungen in Nederland, Belgie en het Ruhrgebied. De bunker had bovendien een rechtstreekse verbinding met het hoofdkwartier van de Luftwaffe in Berlijn. Zo speelde Deelen vanaf voorjaar 1941 een cruciale rol in de strijd tegen de geallieerde luchtoorlog. Ten behoeve van de nachtjacht werd in 1941 begonnen met de bouw van de stelling Teerose III en werden in 1942 en 1943 de stellingen Teerose I en Teerose II aangelegd en in gebruik genomen.
De Teerose-stellingen
De Teerose-stellingen werden gesitueerd bij de hoogste punten van de Veluwe, in open terrein, en maakten onderdeel uit van het Himmelbett, een verdedigingssysteem, dat door de Duitsers werd gebruikt voor de luchtverdediging van West-Europa. De stellingen golden als een zeer belangrijke technische noviteit.
Vanaf eind juli 1941 werd ongeveer twee kilometer ten oosten van Terlet gebouwd aan een stelling, die pas later de naam Teerose III zou krijgen. Het complex werd bemand door 25 militairen.
In de zomer van 1942 werd op het terrein van het huidige Nationaal Zweefvliegcentrum Terlet de Y-Stellung Teerose I operationeel. Het was de eerste stelling van dit type in Nederland en was tevens opleidings- en modelstelling. Door de voortdurende toename van geallieerde aanvallen met steeds meer vliegtuigen, bleek de capaciteit van Teerose I onvoldoende. In maart 1943 namen de Duitsers daarom een tweede Y-Stellung, Teerose II bij het Rozendaalse Zand in gebruik.
Teerose I en II waren zogenaamde Y-Stelllungen of Jaegerleitstellungen en hadden elk de beschikking over vijf torens, de zogenaamde Y-Peilers. Met behulp daarvan konden ’s nachts de posities van de eigen nachtjachtvliegtuigen worden bepaald. In elke stelling werkten zeker honderdvijftig mannen en vrouwen, die waren ondergebracht in enkele houten barakken in de stelling.
|
Zowel op als onder de torens van de beide stellingen, was een hut gebouwd, waarin voortdurend de metingen werden verricht die nodig waren om de positie van de eigen nachtjager vast te stellen en deze te blijven volgen. Onderin de toren in de E-Messhutte werd de afstand tot de nachtjager, en bovenop de toren in de Peilerhutte de richting van het toestel gemeten. Deze gegevens werden telefonisch doorgegeven naar de Auswertung, het hoofdgebouw van de stelling, waar op een glazen landkaart de positie van de nachtjager werd bepaald. Daarna werd de informatie telefonisch doorgegeven aan de Jaegerleitofficieren in de bunker Diogenes aan de Koningsweg te Schaarsbergen. In dit militaire vluchtleidingscentrum werd de informatie gecombineerd met radargegevens over de positie van de geallieerde bommenwerpers en konden de nachtjagers naar de bommenwerpers worden geleid. |
Collectie Signal:auteur/afbeelding Lichtpunkt helferinnen Grossraum Gefechtsstand
Technische vernieuwingen
Eind 1942 was een nieuw systeem ontwikkeld, waarbij voor het leiden van vliegtuigen Freya-radarapparaten met zogenaamde Seeburgtische, glazen landkaarten van het gevechtsgebied, gecombineerd met twee of drie torens van de oorspronkelijke Y-stellung, werden ingezet. Dit systeem werd Y und Egon Verfahren genoemd.
Hoewel de techniek al beschikbaar was op het moment dat Teerose I en II werden gebouwd, werd deze in eerste instantie niet gebruikt. Het systeem is zeer waarschijnlijk pas vanaf juni 1944 in Teerose II toegepast. In die maand werden in de stelling diverse werkzaamheden verricht die wijzen op de aanleg en het in gebruik nemen van de Y und Egon Stellung. Door deze techniek kon men vanuit de stelling zelf nachtjagers leiden, wat een extra mogelijkheid voor gevechtsleiding naast die vanuit Diogenes betekende. Of deze techniek ook in Teerose I is toegepast is niet bekend.
Vanaf eind juli 1941 werd gebouwd aan de stelling, die pas later de naam Teerose III zou krijgen. Welke functie het complex gedurende de oorlogsjaren precies had is onduidelijk. Opmerkelijk is, dat er in november 1943 veel bouwactiviteit was, waarbij zeven zendbarakken werden geplaatst en dat op 19 mei 1944 een betonnen voetstuk (mogelijk voor een toren) werd gebouwd. Volgens een oud-militair die werkzaam was in Teerose III, beschikte de stelling over vier zender-ontvanger combinaties en was de taak gelijk aan die van de andere twee Teerose-stellingen, het uitvoeren van peilingen. Op een luchtfoto van 23 december 1944 is een Freya-radarapparaat te zien. Dat de werkzaamheden in Teerose III voorafgingen aan de vernieuwingen in Teerose II en dat in beide stellingen Freya-radarapparaten zijn gebruikt, is opvallend. Voorzichtige conclusie zou kunnen zijn dat Teerose III in eerste instantie is gebouwd als zenderstation en later is omgevormd tot een operationeel onderdeel van de Jaegerleitstellungen Teerose I en II.
De overblijfselen van de stellingen
In Teerose I staat een administratiegebouw, het enige overgebleven gebouw van de stellingen, en er zijn enkele fundamenten van Y-Peilers te vinden. Van Teerose II zijn diverse overblijfselen in het landschap bewaard gebleven, waaronder de vijf heuvels van de Y-Peilers met daarop de betonnen sokkels van de torens en in enkele gevallen de betonnen grondplaat van de E-Messhutte. De vier sokkels van een toren zijn de meest markante resten van Teerose III.
Aangenomen mag worden dat ook in de bodem een groot aantal sporen en resten bewaard zijn gebleven, zoals funderingen van gebouwen en allerlei (afval)materiaal dat de gebruikers hebben achtergelaten. Dit blijkt ondermeer uit vondsten die in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw door verzamelaars van militaire voorwerpen met metaaldetectors werden gedaan. Bij de betonnen fundamenten van een Y-Peiler in Teerose II werd een deel van een antennepoot van de Peiler gevonden. Op de plaats waar een barak van de Y und Egon Stellung heeft gestaan werden de scherven van twee Seeburgtische, de glazen landkaarten van de Freya-radarapparaten aangetroffen. De resten van de kaarten zijn uniek omdat deze speciaal voor de stelling werden vervaardigd.
De ligging van de diverse overblijfselen is bekend bij enkele geïnteresseerden, maar de stellingen zijn nooit in kaart gebracht. Dit maakt de kans groot dat de resten van deze stellingen bij natuurontwikkeling of bosbouwwerkzaamheden ongezien worden verstoord.
Cultuurhistorische waarde
De restanten van de stellingen Teerose I, II en III hebben een hoge zeldzaamheidswaarde. Teerose I was de eerste Y-Stellung in Nederland. Daarnaast zijn de Teerosen de enige Jaegerleit-Stellungen in Nederland waarbij twee stellingen met een derde stelling, Teerose III, gecombineerd werden. De door de Duitsers gekozen naam, Teerose I t/m III, geeft aan dat de drie stellingen als een geheel werden gezien. Van alle drie de stellingen zijn overblijfselen bewaard gebleven die onlosmakelijk zijn verbonden met het vluchtleidingscentrum Diogenes en vliegveld Deelen. Verder is uit historische bronnen vrij veel bekend over de stellingen.
Vanaf de afbraak van de Teerose-stellingen tot het heden zijn de resten van deze stellingen min of meer onaangeroerd gebleven. Bovendien zijn diverse sporen van deze militaire complexen nog zeer goed in het landschap zichtbaar. Overblijfselen die het meer dan waard zijn voor toekomstige generaties te bewaren, zodat ook zij kennis kunnen nemen van dit bijzondere aspect van de Veluwse krijgsgeschiedenis.
Met dank aan Frans van Eijken en Rene Vossebeld.
Titel: De Teerose-stellingen op de zuidelijke Veluwezoom / Auteurs: Hans Timmerman en Ruurd Kok
Kenmerken: ill.; krt.; lit.opg..
Opgenomen in: Gelders Erfgoed : Gelders cultuurhistorisch kwartaalblad : (2008), nr.4 p. 27-30
(---Einde artikel---)Jagerleitstellingen
Allereerst is het van belang onderscheid te maken tussen Funkmessstellungen en Jaegerleitstellungen. Hoewel er ongeveer 20 Funkmesstellungen zijn geweest in Nederland, behoren de genoemde Jaegerleitstellingen hier niet bij. Funkmess betekent opsporing en gevechtsleiding met behulp van radar-reflektie(Freya - Wurzburg - Wurzburg Riese) en Jaegerleit doet dit zonder Funkmess/Radar. Dit laatste is een gevechtsleidingssysteem. Wel even onthouden - hoe verwarrend dat ook is- dat radarbundels natuurlijk ook radiogolven zijn. Ze hebben alleen een ander karakter: korter en een smallere bundel die herkenbaarder is bij reflektie. Het woord RADAR zegt het ook al; RAdio Direction And Ranging.
Teerose I was dus een Jaegerleitstellung, hoewel er later bij Teerose III wel een Freya radar werd bijgeplaatst maar dit had met een andere techniek te
De drie andere Jaegerleitstellungen moeten in dit verband zeker even genoemd worden; het zijn Brennessel/Brielle - Schneeglockchen/Schagen en Lowenzahn/Leeuwarden. Elders worden deze stellingen gedetaillerd uitgewerkt. Een voorproefje zijn deze twee prachtige foto's van Schneeglochchen door een goede fotograaf gemaakt.
![]() |
![]() |
|
FuG 16 radio in gebruik bij de Y-peilers en in de Nachtjagers.
Technische info: http://www.noding.com/la8ak/29b.htm
Apparatuur Y-peilers/Nachtjagers: FuG 16
Citaat: FuG 16 Z, ZE and ZY: These sets were airborne VHF transceivers used in single-seat fighter aircraft for R/T and W/T communications, and were also used for ground fixes and DF homing on ground stations when used in conjunction with the FuG 10P or FuG 10ZY. Installed for Bf 109G-3/G-4 and later, FW 190A-4 and later subtypes. Frequency Range was 38.5 to 42.3 MHz. The FuG 16ZY was also used for Y-Verfahren (Y-Control), in which aircraft were fitted up as Leitjaeger or Fighter Formation Leaders that could be tracked and directed from the ground via special R/T equipment. Aircraft equipped with ZY were fitted with a Morane whip aerial array. Principle components: Transmitter, Receiver, Modulator in one case, S 16 Z Tx, E 16 Z Rcvr, NG 16 Z Modulator Dynamotor U 17 Antenna Matching unit AAG 16 Z Modulator Unit MZ 16 Homing Unit ZVG 16 Indicator AFN - 2. Einde citaat.
Naam: |
Teerose-I-II-III- Terlet |
Type stelling: |
Jaegerleitstelling - Ja/T-I Opleidingsinstituut |
| Provincie: | Gelderland |
| Luftwaffen-Nummer Teerose I: | 5/Kp/LnRgt 201 |
| Luftwaffen-Nummer Teerose II: | 12/JaegerleitKp/II.LnRgt 213 |
| Luftwaffen-Nummer Teerose III: | 2/FunkKp/LnRgt 201 |
| Operationeel: van - tot | T-I van eind 1942 tot .. |T-II vanaf medio 1943 | T-III- vanaf medio 1942-sept.1944 |
| Apparatuur Teerose I: | 5 Ypsilon peilers -torens Anton-Berta-Caesar(Cicero)-Dora-Emil |
| Apparatuur Teerose II: | 5 Ypsilon peilers Friedrich-Gustav-Heinrich-Ida-Konrad |
| Apparatuur Teerose III: | Freya FuSAn 730(EGON I) - 4 Ypsilon peilers |
| Koordinaten (WGS84) : | N 52° 4, O 5° 56 -N 52° 02'22", O 5° 59'47" -N 52° 03'38", O 5° 58'30" |
| Eenheden | bezetting: | Teerose-I-120p.|T-III-25 p.| |
| Commandant: | O.Lnt Dr Ende(I)|W.God(I/1944| |
| JLO's-stand: | xxx |
| Veldpostnummer | ... |
| zug. Fluko | Zwolle (11./Lg.Nachr.Rgt Holland) |
| Aantal bunkers/gebouwen/omvang terrein in ha | Auswertung T-I,II en III. /aantal gebouwen: +/- 25 stuks |
| Flak | (nog)niet bekend |
verklaring tekens:
![]() |
![]() |
|